|
de St Martinus Kerk |
||
|
Vijlen |
||
|
Zuid-Limburg |
||
|
Gelegen aan de Mergelland route. |
||
|
|
||
|
Architect (C. Weber, 1860-1862) |
||
| De Martinuskerk wordt in sommige publicaties ten onrechte nog steeds als hoogstgelegen kerk van Nederland genoemd. Dit is echter niet juist. Deze kerk ligt op ca. 195,40 meter boven NAP maar drie kerken liggen nog hoger: de katholieke Sint Pauluskerk in Vaals ligt op ca. 208,53 meter, de kerk/kapel van Huls bij Simpelveld ligt op ca. 213,10 meter, en de dorpel aan de oostzijde van de Nederlands Hervormde kerk in Vaals ligt op maar liefst ca. 215,17 meter boven NAP en is daarmee dus de enige echte hoogstgelegen kerk van Nederland. Alle punten zijn overigens gemeten vanaf de dorpel van de hoofdingang. Genoemde metingen zijn al in 1980 verricht door ing. Werner Felder (Vijlen) van de Rijks Geologische Dienst Heerlen. | ||
|
|
||
| Ongeveer vroeg in de 7de eeuw,richtte St Clodulphus een kerk op. Weinig is bekend over die kerk. Wel bekend is, dat tot in 1860 Vijlen een kerk had, die was gebouwd in de Middeleeuwen. Dat jaar werd de kerk gedeeltelijk vernietigd. Zijn hoogte maakt haar uiterst kwetsbaar door regen en wind. Een nieuwe kerk werd in en op zijn plaats gebouwd, die door architect C Weber werd ontworpen. Het resultaat is een neogotische kerk van het Stuffenhalle-Type, een type van zaal-kerk dat C Weber al eerder had gebouwd, namelijk in de stad Westfalen,Duitsland, waar hij geboren was. | ||
![]() |
||
| Wegens financiële problemen begon het werk aan de toren niet voor 1872. En de gehele kerk werd waarschijnlijk in 1879 voltooid. De toren heeft een opmerkelijke silhouet, de diagonaal geplaatste steunen die bijna tot de bovenkant van de toren reiken. | ||
![]() |
||
| In 1956 werd de toren voor het eerst gerestaureerd. In 2001-2002 was een tweede restauratie nodig. De kerk zelf werd in de jaren 1975-1976 gerestaureerd. Het dak werd hersteld en delen van de kluizen werden volledig vervangen. In de jaren 1992-1997 werd de kerk voor de tweede keer gerestaureerd. In 1992 betrof het nieuwe stucwerk, herstel van de glas-in-loodramen, het aanbrengen van voorzetramen, verplaatsing van het oksaal, opknappen van het orgel en nieuwe leien voor het dak. | ||
![]() |
||
| In 2002 ging het om restauratie van de toren, opknappen van de torenhaan, aanbrengen van galmborden in de galmgaten en opknappen van het uurwerk. In 2003 zijn het interieur en het vochtprobleem (optrekkend grondwater) onder handen genomen. | ||
![]() |
||
| Dit type van kerk heeft drie doorgangen van gelijke hoogte, maar de zijdoorgangen zijn veel smaller dan de centrale doorgang. In plaats van stenengewelven behandelde C Weber de drie doorgangen met houten gepleisterde wanden. De Neogotisch stijl van de kerk wordt geïnspireerd door het Rijnland Gothicisme. Dat is het grootste deel van het werk van C Weber tot ca 1870. | ||
![]()
|
||
|
Bron:limburgchurches
|
||
![]() |
||
|
||
|
||
![]()
|
||
|
Meer weten over onze kerk ga naar, |
||
|
http://www.vijlen.net/kerk/index.html
|
||
![]() |
||
|
of ga naar Abdij Benedictusberg
|
||
| Naam : Vijlen Ville Oudere schrijfwijzen 13e eeuw Vilarus/Vilaris, 1179 Vile, 1224 / 1232 / 1243 / 1250 Vilen, 1320-1345 Vilen, ca. 1320-1396 Vylen, 1352 Vylen, 1356 Vilen, 1357 Wylen, 1358 / 1373 Vilen, 1415 Vilen, 1564 Vylen, 1665 Vylen, 1840 Vijlhen. Naamsverklaring De naam stamt van het Latijnse vîlla ‘boerderij, landgoed’, of villare ‘bij een landgoed of herenhoeve behorend’. De -n- kan als plaatsaanduidend suffix worden opgevat. De huidige schrijfwijze Vijlen is een onjuiste vertaling in het Nederlands. | ||
| Status Dorp in de gemeente Vaals. Onder het dorp Vijlen vallen ook de buurtschappen Camerig, Cottessen, Harles, Mamelis, Melleschet en Rott. Ligging NW van Vaals en Holset. De oude dorpskern (Vijlenerstraat en Groenenweg) bevindt zich in het dal van de Lomberg- of Mechelderbeek, tezamen met de Munnixhof. Verdere oude bebouwing ligt op ‘Vijlenberg’ (192,5 m). Ten oosten daarvan is een nieuwbouwwijk ontstaan. | ||
| Geschiedenis In de Romeinse tijd bevond zich een villa aan de Kelderweg, die anno 2003 nog niet is uitgegraven. Mogelijk duidt ook de naam Ter Moeren (= ter muur / ten muuren), die in de 14e eeuw in de vorm van ‘van der Muren / de Muro’ als Vijlense familienaam werd gebruikt, op vroegere Romeinse gebouwen. Deze naam draagt het huizencomplex Vijlenstraat 39-45, waartoe ook een ander zich op de plaats van de huidige nrs. 47-49 bevindend ouder huis behoorde. De oorsprong van Vijlen is dus vermoedelijk Romeins. In 1016 schonk koning Hendrik de Tweede onder andere de hoeve Vijlen, die hij van graaf Liuzo had verworven, aan het klooster (Aken-)Burtscheid, bij wie de genoemde hoeve, de huidige Munnikshof, met toebehorende andere hoeven tot de secularisatie verbleef. Volgens een lijst met de vroegste inschrijvingen van ca. 1320 werden onder ‘Vylen’ 20 bezittingen genoemd, waarvan 14 eigenaren cijnsen en/of pachten aan de heerlijkheid Einrade (nu: hoeve Einrade,Holset 51-61) moesten afleveren. Hier waren ook bezittingen in Mamelis, Melleschet en Rott bij inbegrepen. Omstreeks 1320-1345 bezat de abdij Burtscheid in en rond Vijlen 13 grotere percelen weilanden. In 1384 werd in Vijlen de schildknaap ‘Symon de Muro’ als getuige ondervraagd. Blijkbaar bevond zich toen in Termoeren (zie boven) een adellijk ‘huis’. In de heerlijkheid Vijlen was een schepenbank gevestigd, die in de hoeve Panhuis (= de brouwerij) zitting hield. Onder het Staatse bewind werd de schepenbank bij de driebank Holset-Vaals-Vijlen met zetel in Holset gevoegd. Vijlen als oorspronkelijke heerlijkheid bestond uit zeven ‘rotten’, te weten Vijlen, Berg, Camerig, Cottessen, Mamelis, Melleschet en Rott. De parochie Vijlen omvatte toen ook de zelfstandige plaatsen Harles en Lemiers, dat in 1937 een zelfstandige parochie werd. De pastoor van Vijlen werd door de abdis van (Aken-)Burtscheid benoemd. Het oorspronkelijke dorp of rot was de Vijlenerstraat. De huidige kern van het dorp is de rot Berg, ‘Op de Berg’. | ||
| Buurtschappen Camerig (Komeresj) 1323 / 1338 / 1341 Caudenberg(h), 1384 Kaldenberch, 1320-1345 Kaydenberg, 1356 Caudenberg, 1665 Caumbergh. Betekent ‘de koude berg’ en duidt vermoedelijk op het feit dat de in de oostelijke helling van het Geuldal gelegen buurtschap door alle westelijke winden vrij bereikt kan worden en dus een koude hoek is. Ook de naam van hoeve Windenberg / Winneberg / Wingberg lijkt hier op te duiden (zie onder Bezienswaardigheden). Gelegen rond de wegen Camerig, Groenenweg, Lingbergweg en Epenerweg, W van Vaals, ZW van Vijlen, ZO van Epen, in de oostelijke helling van het Geuldal tussen de Belleterbeek in het Z, de beek Mässel in het N, het Vijlenerbos in het O en de Geul in het W. De Mässel is ook de grens van de gemeente Vaals. In 1665 werden de inwoners van Camerig onder Vijlen geregistreerd. Zie verder aldaar. 1840 28 huizen, 120 inwoners. 2002 20 huizen, 55 inwoners. In 1323 is de eerste vermelding van een zekere ‘Johannes de Caudenberg’ als schepen van Vijlen. In 1384 werd in Vijlen onder meer de schildknaap ‘Goswinus de Wiindenberch’ (van de gelijknamige hoeve; zie bij Bezienswaardigheden) als getuige ondervraagd. Hij is al in 1369 als leenman van Wittem vermeld. Daaruit kan geconcludeerd worden dat de hoeve vroeger een adellijk ‘huis’ en Wittems leen was. Bij Camerig liggen de resten van een mogelijk Romeinse ijzersmelterij. | ||
| Cottessen (Kotteze) Oudere schrijfwijzen: Kottesen, 1325 Quoithusen, 1341 / 1356 Quoythusen, 1373 Koythuysen, 1384 Quoithusen, 1665 Quoodthuysen. Mogelijk worden hier bedoeld de tot de Bellethoeve als centrum van de laatmiddeleeuwse ontginning behorende ‘kotten’ (kleine hoeven), óf de huizen van een persoon met de naam Quoit of dergelijke (‘de kwaade’). Deze naam kwam als familienaam voor. Gelegen rond de weg Cottessen (die op plattegronden soms ook Cottesserstraat / Boschbergweg / Ten Bosscherweg / Belliterweg wordt genoemd!), ZW van Vaals, tussen de Cottesserbeek als rijksgrens met België (Sippenaken/Terbruggen) in het ZO, Epenerbaan / Toeristenweg met het Vijlenerbos in het NO, de Belleterbeek in het NW en de Geul met daarachter Epen in het ZW. Bij Cottessen komt de Geul vanuit België Nederland binnen. In 1665 werden de inwoners van Cottessen onder Vijlen geregistreerd. Zie verder aldaar. 1840 14 huizen, 96 inwoners. 2003 18 huizen, ca. 45 inwoners. De grote hoeve Bellet, in 1323 ‘Betyt’ geschreven, bevond zich tot aan het einde van het feodale tijdperk in het bezit van de abdij (Aken-)Burtscheid. Van hieruit begonnen zeker de ontginningen in Cottessen en Camerig. De naam is vermoedelijk afgeleid van het romaanse betuletum ‘berkenbos’. In 1377, 1389 en 1395 was Tieboyt / Diebold / Diebolt van Quoithuysen / Quoithusen voogd van (Aken-)Burtscheid. De abdis van de zich toen daar bevindende cisterciënserinnenabdij was grondvrouw van Vijlen. In 1384 werd in Vijlen onder meer de schildknaap ‘Reynardus de Quoithusen’ als getuige ondervraagd, in 1435 is de schildknaap ‘Mathia de Quoethuysen’ vermeld. Het is duidelijk dat de drie genoemden adellijk waren en dientengevolge toen in Cottessen een adellijk ‘huis’ bestond. | ||
| Harles (Hales) 1120 / 1133 / 1179 / 1322 / 1323 Harleis, 1323 Harlis, Harle, 1330 Hairlis, 1356 Harles, 1320-1345 Harlis / Harleis, ca. 1320-1396 Harlis, 1665 Harlis. Vermoedelijk ontstaan uit Hariliacas*1, een Romaanse afleiding van een Germaanse persoonsnaam, met als betekenis ‘toebehorend aan de persoon Harilo’. Getuige de oude vorm met aanvankelijk een Romaanse klankontwikkeling. Gelegen rond de weg Harles (die op sommige plattegronden ook Harlisserweg / Keldersweg / Oude Akerweg wordt genoemd), ZO van Vijlen, W/NW van Vaals. 1665 10 families met 56 personen. 1789 104 inwoners. 1840 23 huizen, 108 inwoners. 2002 30 huizen, 90 inwoners. Volgens een lijst met de vroegste inschrijvingen van ca. 1320 werden onder ‘Harlis’ 19 bezittingen genoemd, waarvan 13 eigenaren cijnsen en/of pachten aan de heerlijkheid Einrade (nu: hoeve Einrade, Holset 51-61) moesten afleveren. Van de daarbij genoemde ‘Geerlach Belvogel’ kan mogelijk de naam van de huidige Belhof (Harles 14-15) zijn afgeleid. Rond 1320-1345 kreeg de abdij (Aken-)Burtscheid van zes inwoners van Harles cijnsen van hun bezittingen. Heer Arnoldus de Gymenig had deze cijnsen op 9 januari 1320 samen met het Kerperbos aan de abdij geschonken. In deze lijst wordt een zekere Winandus als ‘Heer van Harlis’ vermeld (‘dominus de Harlis’). Mogelijk was hij identiek met een in dezelfde tijd genoemde Winandus, boswachter van Harles (‘Forestarius de Harlis’). Tussen ca. 1302 en ca. 1424 stierf ‘Gatzinus’, ridder van Harlis (‘miles de Harlis’). Dus moet zich vroeger in Harles een adellijk ‘huis’ hebben bevonden. Harles behoorde niet tot de Vijlener ‘rotten’, wel tot de parochie Vijlen. | ||
| Mamelis (Mameles) De vroegst bekende vermelding van ‘Mamelines’, waar zich toen al een molen bevond, dateert van 1243. 1384 Mameles, 1501 Mamelyss, 1665 Mamelis. Vermoedelijk ontstaan (hypothese) uit Mamiliacas met de betekenis ‘nederzetting toebehorend aan de persoon Mamilo’. De buurtschap Mamelis ligt rond de wegen Mamelis, Mamelisserweg en Rijksweg N278 Maastricht-Vaals, tussen Nijswiller en Lemiers, NO van Vijlen, NW van Lemiers. Mamelis begint al ca. 750 m NW van de kerk van Lemiers, direct ten W van de Harleserbeek, vanaf schuurpapierfabriek Gelva. Het oudste gedeelte van Mamelis ligt in het dal van de Selzer- of Sinselbeek of Senserbach ten oosten van Rijksweg N278, onmiddellijk tegenover de ‘monding’ van de Mamelisserweg in de Rijksweg; twee ‘nieuwerwetse’ boerderijen bevinden zich ten westen van de Mamelisserweg. 1840 15 huizen, 128 inwoners. 2002 25 huizen, 70 inwoners. Vermoedelijk was in Mamelis het eerst een vroeg-middeleeuws ontginningsbedrijf op de plaats van de huidige Mamelisserhoeve. In 1243 wordt reeds een molen vermeld, een hof ‘Maemlois’ in 1392. Mamelis was een van de Vijlener ‘rotten’, buurtschappen in de heerlijkheid Vijlen, en behoorde blijkbaar altijd tot de parochie Sint Martinus Vijlen. Het huidige postcodeboek laat Mamelis overigens onder Lemiers vallen. | ||
| Melleschet (Mellesjet) 1323 / ca. 1320-1345 Mellence, 1341 Mellinchin, 1356 Melletzen, Mellesheym, Millesheym. Het is mogelijk dat de huidige naamvorm uit een heim-naam is ontstaan met de betekenis ‘heim van...’ bijvoorbeeld Mello. De oorspronkelijke naam kan niet ‘woning bij het Malensbos’ hebben bedoeld, zoals sommigen opperen, omdat Melleschet niet bij het Malensbos ligt of lag, maar in de nabijheid van het Vijlenerbos. Het Malensbos is ca. 2,5 km hemelsbreed van Melleschet verwijderd. Gelegen rond de weg Melleschet (die op sommige plattegronden Leunweg wordt genoemd), W van Vijlen, NW van Vaals. Dit zeer rustieke buurtschapje ligt in het dal van de Lomberg- of Mechelderbeek, ten zuiden van deze beek. Inwoners in 1665: zie bij Rott. 2002 30 huizen, 80 inwoners. Samen met de hierboven in de 14e eeuw vermelde vroege naamvormen zijn ook vroege inwoners van Melleschet vermeld. | ||
| Rott (in Vijlen: e gen Rott, in kom Vaals: e jen Rott) Oudere schrijfwijzen: Rot, 1665 Rodt, 1840 en 1899 Roth. Betekent rode ‘rooiing, ontginning’. (3083) Reden voor de verschillende uitspraak van Rott in het Limburgs: Tussen de kom van Vaals en Vijlen loopt als ‘dialectgrens’ de zogenoemde ‘Benrather Linie’. In de kom van Vaals spreekt men ‘Ripuarisch’ (Rijnfrankisch), hetzelfde als Kerkrade en de stad Aken; Vijlen met buurtschappen spreekt: ‘Nederfrankisch. Buurtschap in de gemeente Vaals. Gelegen W van Vijlen, W/NW van Vaals. Alle huizen bevinden zich aan de heuvelachtige weg Rott (die op sommige plattegronden Rotterstraat wordt genoemd) ten noorden van het Vijlenerbosch en Elzetterbosch. De gemeente Vaals eindigt aan de Hermensbeek. In 1665 woonden in Rott (met Mamelis en vermoedelijk Melleschet) ca . 64 families met ca. 251 personen. 2003 ca. 30 huizen, 80 inwoners. | ||
| Bezienswaardigheden Op de plaats waar al sinds de 7e eeuw kerken staan, bouwde in 1860-1862 de in neogotische vormen werkende bouwmeester Weber een nieuwe St. Martinus (een ver teruggaande patroon). Het is een neogotische hallenkerk zonder dwarsschip, maar met een machtige toren. De bouwmeester inspireerde zich op de laatmiddeleeuwse Nederlandse kerkbouw, de zogenoemde Nederrijngotiek. Ronde pijlers en kruisgewelven zijn in het interieur karakteristieke elementen. Die gewelven zijn trouwens uitgevoerd in hout en stucwerk. Van het meubilair is ook veel nog uit deze nieuwbouwtijd - wat de samenhang vergroot. Terwijl het prachtig op een heuvel staande kerkgebouw al in 1862 werd gewijd door mgr. Paredis, was zijn toren pas jaren later gereed. Deze 58 meter hoge westtoren met overhoekse steunberen en gekoppelde galmgaten werd namelijk pas voltooid in 1878. In de tweede helft van de 20e eeuw zijn zowel toren als kerk twee keer gerestaureerd. Gelukkig heeft men zich daarbij beperkt tot vooral op het behoud gerichte werkzaamheden. Twee van de ingrepen die verder gingen dan dit zijn de uitbreiding van het priesterkoor en de verplaatsing van het oksaal van de toren naar het schip. In 1992 betrof het nieuw stucwerk, herstel van de glas-in-loodramen, het aanbrengen van voorzetramen, verplaatsing van het oksaal, opknappen van het orgel en nieuwe leien voor het dak. In 2002 ging het om restauratie van de toren, opknappen van de torenhaan, aanbrengen van galmborden in de galmgaten en opknappen van het uurwerk. In 2003 zijn het interieur en het vochtprobleem (optrekkend grondwater) onder handen genomen. De grote, diep onder de kerk in het dal gelegen Munninkshof (Vijlenstraat 51) is ook tegenwoordig nog het optische centrum van Vijlen. Mooie vakwerkboerderijen zijn hoeve Panhuis (Vijlenstraat 57) en verdere hoeven in de Vijlenstraat, de Groeneweg (westelijk en oostelijk gedeelte) en hoeve Hopschet (Vijlenberg 6). | ||
| Buurtschap Camerig Oude vakwerkhoeven aan de Lingbergweg. Vakwerkhoeve Windenberg / Winneberg / Wingberg aan de Geulbrug. Deze hoeve, inmiddels in verval, was oorspronkelijk ter verdediging door een gracht omgeven. Het hedendaagse gebouw stamt vermoedelijk uit de 16e eeuw en is daarom met de ‘gemeentetoren’ en hoeve Sint Adalbert in Vaals een van de oudste gebouwen in de gemeente Vaals. Betreffende de perikelen rond het verval van deze hoeve. In de helling naar het Vijlenerbos heet het de Wijnberg / Wingberg, wat duidt op vroegere wijnbouw. | ||
| Buurtschap Cottessen Hoeve Bellet (Cottessen 10-11) is hoofdzakelijk opgetrokken uit kwartsietachtige kolenzandsteen, met een wapensteen van 1732 (verbouwing) van de abdis van (Aken-)Burtscheid. De overige hoeven in Cottessen zijn meestal van vakwerk of gedeeltelijk van vakwerk en kolenzandsteen. Hoeve Bellet was al in de 13e eeuw in het bezit van de Abdij van Burtscheid. | ||
| Buurtschap Harles Een oude hoeve (De Heuf) bevindt zich aan de weg Harles op de NO top van een van het bos afdalende heuvelrug, samen met modernere gebouwen. Andere hoeven liggen in het dal van de Harleserbeek aan de weg Harles en aan de Keldersweg. De twee hoeven Do(o)dleger, uit vakwerk respectievelijk baksteen (Harles 3 en 4) en de hoeve Plum (Harles 1-2) bevinden zich aan de Vaals-Vijlenerweg vlakbij hoeve Einrade. Onmiddellijk ten westen van Harles bevinden zich het Holsetterbos, Kerperbos en Vijlenerbos. | ||
| Buurtschap Mamelis De Mamelisserhoeve of Hof Mamelis uit 1617-1623 (Mamelis 21-23) is de opvolger van een al in 1392 vermelde eerdere hoeve. Carréboerderij met de stallen in baksteen en de woongedeelten in mergel. De familie Schrouff pacht het complex met een oppervlakte van 63 hectare van de benedictijnerabdij (zie hierna). Vader en zoon Schrouff oefenen hier een gemengd bedrijf uit met melkkoeien, slachtstieren, tarwe, maïs en groene asperges. Verdere vakwerkboerderijen en gebouwen van twee voormalige molens met de zich daar bevindende molenstenen (Mamelis 25-27) vormen samen met de Mamelisserhoeve een ‘minibuurtschap’. Aan de overkant van de Selzerbeek / Senserbach en daarmee op Duits gebied, staat onder een kastanjeboom een oude grenssteen van de vroegere Rijksstad Aken met het door verwering slecht herkenbare wapen van Aken; de adelaar. Majesteitelijk gelegen op zijn heuvel ziet Abdij Sint Benedictusberg (in de volksmond ‘de abdij van Mamelis’, Mamelis 39) uit in de richting van Vijlen. Het klooster is, hoewel het ouder lijkt, in 1923-1928 gebouwd naar een ontwerp van de architecten Dominicus Böhm en Martin Weber uit Offenbach (Duitsland). In architectuurhistorisch opzicht zijn echter de uitbreidingen door architect/monnik Dom Hans van der Laan uit 1968 en 1986 minstens zo belangrijk. Ook de in 1961-1962 gebouwde kloosterkerk is ontworpen door Van der Laan. Om de vierkante voorhof liggen de gastenvertrekken en bevindt zich de toegang tot de crypte. Door de strenge harmonie straalt het bouwwerk een serene rust uit. De abdij is een bolwerk van de benedictijnen in Nederland. De monniken leggen zich toe op een contemplatief gemeenschapsleven van gebed, studie en arbeid. Kenmerkend is de Latijnse liturgie inclusief de Gregoriaanse gezangen. De abt geeft leiding aan ca 25 monniken, in leeftijd variërend van circa 40 tot 88 jaar. De huidige abt, Dom Adriaan Lenglet, is in 1997 aangetreden | ||
| Buurtschap Melleschet In deze buurtschap bevinden zich nog verschillende vakwerkhuizen, bijvoorbeeld het huis op nr. 58 met de naam iggene Weat’. Bij het huis op nr. 61 is rechts van de ingangspoort een nieuw aangelegde waterrijke bron met twee buizen te zien, die een vroeger, niet ingemetseld open brongebied vervangt. Oostelijk van de Mechelder- of Lombergbeek, tussen Boombergweg, Vijlenberg en een voetpad naar het dal, bevinden zich de overblijfselen van een van de oudste Nederlandse cementfabrieken. De oudste fabriek, boven aan de straat Vijlenberg gelegen en geheel verdwenen, was in bedrijf van 1875 t/m 1920, de tweede (genaamd Portland), in het dal, van 1894 t/m 1929. De grondstof, kalksteen, werd gewonnen uit een groeve aan de andere kant van de weg. | ||
| Buurtschap Rott De meeste huizen in Rott zijn in vakwerk of gedeeltelijk in vakwerk gebouwd. | ||
| Buurtschap Cottessen Aan het natuurreservaat Cottessen grenst de Belletboomgaard, een magnifieke hoogstamboomgaard. Samen met enkele vochtige bosjes, Geulweiden en een vakwerkboerderij is het eigendom van Het Limburgs Landschap. Ook de Heimansgroeve (zie verderop) behoort tot dit natuurgebied. De hoogstamboomgaard behoorde oorspronkelijk bij de Bellethoeve. Er groeien meer dan 350 appel -, peren - en enkele pruimenbomen. Het fruit wordt geraapt en verwerkt tot appelsap en Eau de Vie de Limbourg, een soort Calvados. Vooral aan de overkant van de beek, net buiten het reservaat, kan de zinkflora worden gevonden. Zinkflora is aangepast aan het groeien op met zware metalen 'verontreinigde' gronden; in dit geval worden deze metalen uit in België gelegen mijnen door de Geul aangevoerd en in het winterbed van de beek afgezet. Overigens was de zinkflora hier al aanwezig voordat er sprake was van mijnbouw. Tot het reservaat behoort ook één van de oudste en fraaiste stukjes Nederlandse bodem die bovengronds goed zichtbaar zijn: de Heimansgroeve. Enkele zichtbare bodemlagen zijn ontstaan in het Carboon/Nemurien, ca. 270 miljoen jaar geleden. De groeve is genoemd naar natuurkenner dr. Heimans. De oorspronkelijk horizontaal afgezette gesteentelagen zijn door gebergtevormende bewegingen geplooid gedurende de Hercinische orogenese. Boven de Heimansgroeve ligt in de ondergrond het belangrijkste seismografisch station van Nederland. De weiden langs de Geul zijn voor wandelaars vrij toegankelijk. Vergeet in regenachtige tijden uw laarzen niet ! Eén wandelpad loopt langs en deels door de boomgaard. Verder is het gebied goed te overzien vanaf de verharde wegen die door het gebied lopen. In het schitterende landschap in deze omgeving kan uitstekend worden gewandeld. |
|
Bewerkt door Joop Hamers |