|
|
|
| Plannen maken is een ding, maar ze realiseren is een ander hoofdstuk. De toenmalige bestuursleden Sjozef Kerris en Frans Gulpen, die het voortouw namen bij de oprichting van een drumband, hadden aanvankelijk weinig succes. Een eerste poging om met instructeur Hacking uit Gulpen iets van de grond te krijgen mislukte. Het grootste probleem dat de initiatiefnemers voor de kiezen kregen was het vinden van een goede instructeur. Frans Gulpen kwam op zekere dag met de oplossing aandragen: “Wat zoeken we nog ver, als we kortbij de oplossing hebben”, daarbij doelend op zijn neef Louis Gulpen, die inderdaad bereid bleek, instructeur van de op te richten drumband te worden. Louis Gulpen daarover: “als tamboer van de schutterij St Joseph kwam ik met enkele anderen in de leer bij Cor Engelen uit Trintelen, die tambour van de Schutterij St Sebastianus in Eys was. Dat was vlak na de oorlog en wekelijks trokken we door weer en wind per fiets naar Eys om les te nemen. Later kwamen we in de leer bij de heer Stevens uit Valkenburg, die daar instructeur van de Kurkapel was en die met name bij schuttersfeesten als jurylid fungeerde” De jarenlange opleiding had Louis Gulpen tot een voortreffelijke tamboer gevormd, die met name in 1951 op alle 4 de schuttersfeesten een eerste prijs in de wacht sleepte. In 1957 begint hij dan met 15 à 20 jongemannen aan de lang niet gemakkelijke opgave een drumband te formeren. Het instrumentarium omvatte een dikke trom, 2 tenortrommen en klein slagwerk. |
|
|
|
|
|
|
|
|